Vanaf haar eerste stap op Nederlandse bodum was het de bedoeling dat Claudette Nederlands gaat leren. Als kleindochter van een Groninger oma en moeder van een Hollandse meid, die plichtsgetrouw haar Nederlandse echtgenoot is gevolgd, ligt dit voor de hand. Maar op de Veluwe lijkt dit minder makkelijk dan je zou denken.
Op zich is er van alles mogelijk hoor. Maar als je niet verplicht hoeft in te burgeren mag je het wel allemaal zelf regelen, en betalen. Het krijgen van een verblijfsvergunning was snel en makkelijk, hoewel dit ook al een aardige duit kost. Maar het vinden van een geschikte taalcursus is een uitdaging. We hebben een prachtig instituut hier vlak om de hoek maar een cursus volgen kost minimaal 2000 Euro en het duurt minstens een maand voor je enig idee hebt waar en wanneer je aan de slag kunt.
Volgens de gemeente komen we niet in aanmerking voor een tegemoedkoming in de kosten hiervoor. Hetzelfe geldt voor de kinderopvang: omdat Claudette niet werkt en niet verplicht hoeft in te burgeren betalen we het volle pond, terwijl dat ene dagje haar net dat extra beetje tijd geeft dat nodig is om echt vaart te maken met het leren van onze kikkertaal.
Echt zinvolle alternatieven hebben we niet gevonden hier in de buurt. Op zich wel begrijpelijk want er wonen nu eenmaal niet zoveel expats en immigranten in Nunspeet. Er heeft hier tijdens de 1e wereldoorlog wel een kolonie Belgen gezeten maar die hadden ook geen grote behoefte aan taallessen. In Amsterdam of Den Haag zijn er voldoende mogelijkheden naast de instellingen die de overheid aanbeveeld. Daar kun je voor 300 Euro een module volgen. Dat zou mooi zijn.
Voor nu zullen we het eerst in Nunspeet proberen. Claudette heeft dinsdag een intake waar ze bepalen op welk niveau ze het beste kan insteken. Het zou mooi zijn als ze daarna snel kan beginnen want voor haar zou het helpen om Nederlands te praten zodat ze meer dingen kan doen en zich niet opgelaten voelt wanneer ze dingen niet in het Nederlands weet te zeggen.
Claudette wil ook graag beginnen met vrijwilligerswerk en daarvoor is het ook belangrijk dat ze zich in het Nederlands kan redden. Het is eng hoeveel er afhangt van het spreken van een taal. En raar dat we hier in Egypte zoveel minder last van hadden. Daar was het veel gebruikelijker dat buitenlanders Engels spreken. Zelfs veel van de bewegwijzering is in het Engels. Zijn we hier dan meer bekrompen of zou het aan het koloniale verleden van Egypte liggen?
Lees verder..
24 January, 2010
06 January, 2010
Als ik EO Internetbaas was...
Vandaag zag ik een vacature voor eindredacteur interactieve media bij de Evangelische Omroep en ik dacht: ‘Dat lijkt mij wel wat, daar heb ik best ideeën over.’ Als ik de baas was dan zou ik het volgende doen:
Wat er mist is echte interactie. Het is nu een oerwoud van filmpjes en artikelen waar je soms op kan reageren maar in veel gevallen wordt er weinig betrokkenheid gevraagd. Het is eenrichtingsverkeer met weinig aansluiting op de actualiteit.
Als ik de homepage open wil ik niet alleen weten welke programma’s er te te bekijken zijn, ik zou zo graag zien wat mensen daar nu van vinden of hoe ik als betrokken tientjeslid nu iets kan bijdragen aan de programma’s van de EO. Zelfs voor mijn oma is er weinig spannends te beleven. Waar zijn de spraakmakende discussies en laatste hot-items uit de christelijke media?
Het eerste wat gedaan kan worden is aansluiten bij de actualiteit en het gesprek met websitebezoekers aangaan. Waarom niet gebruik maken van de mogelijkheden die het Internet biedt om voeling te krijgen voor wat mensen vinden of ruimte te geven voor advies en tips. Dit levert waardevolle bijdragen op bij het maken van programma’s. Betrek je kijkers, luisteraars en lezers bij wat je aan het maken bent!
Aan de redactie de taak om de onderwerpen te selecteren waar feedback op gewenst is en de discussie te sturen die online ontstaat. Dit maakt het maken van programma’s en het schrijven van materiaal tot een interactief proces. Of beter, een gesprek waar je doelgroep direct bij betrokken is. Redacteuren worden gespreksleiders en de filteraars. De manier waarop dit gebeurt op www.gristelijk.nl is een aardig voorbeeld. Redacteuren maken een selectie uit de actualiteit en gaan het gesprek aan met de bezoekers van de website.
Waarom laten we niet zien wat Piet, Truus en Achmed vinden van de programma’s? Dat lijkkt mij nu leuk om te weten. Ik weet wel dat het verenigingsbestuur, zendercoordinators en andere spelbrekers het lastig maken om alle registers maar open te trekken maar er moet toch meer interactie mogelijk zijn? De internetredactie kan hierin een aanjagersrol vervullen wanneer er meer interactie is met ‘het publiek’.
Er is een grote hoeveelheid websites met een grote variatie aan waardevolle content, echter als beginnend EO-website-bezoeker raak je al snel de weg kwijt in al dit moois. Waarom niet wat meer relaties en koppelingen maken tussen de verschillende onderdelen en pagina’s? Dit moet niet alleen op het diepste niveau gebeuren maar ook op de homepage bijvoorbeeld als ‘tooltip’, iedere dag een andere subsite voor het voetlicht of artikelen laten zien aan de hand van een zoekprofiel van een ingelogde bezoeker. Aan redacties de taak om artikelen en media van relevante steekwoorden te voorzien en na te denken over relaties tussen de verschillende websiteonderdelen.
Wat er aangeboden wordt moet actueel en relevant zijn met de mogelijkheid deel te nemen aan een gesprek over wat de EO aan het maken is. Daar komt het volgens mij op neer. This is 2010 men!
Maar ja, ik ben helaas niet de eindredactuer van EO Internet.
Lees verder..
Wat er mist is echte interactie. Het is nu een oerwoud van filmpjes en artikelen waar je soms op kan reageren maar in veel gevallen wordt er weinig betrokkenheid gevraagd. Het is eenrichtingsverkeer met weinig aansluiting op de actualiteit.
Als ik de homepage open wil ik niet alleen weten welke programma’s er te te bekijken zijn, ik zou zo graag zien wat mensen daar nu van vinden of hoe ik als betrokken tientjeslid nu iets kan bijdragen aan de programma’s van de EO. Zelfs voor mijn oma is er weinig spannends te beleven. Waar zijn de spraakmakende discussies en laatste hot-items uit de christelijke media?
Het eerste wat gedaan kan worden is aansluiten bij de actualiteit en het gesprek met websitebezoekers aangaan. Waarom niet gebruik maken van de mogelijkheden die het Internet biedt om voeling te krijgen voor wat mensen vinden of ruimte te geven voor advies en tips. Dit levert waardevolle bijdragen op bij het maken van programma’s. Betrek je kijkers, luisteraars en lezers bij wat je aan het maken bent!
Aan de redactie de taak om de onderwerpen te selecteren waar feedback op gewenst is en de discussie te sturen die online ontstaat. Dit maakt het maken van programma’s en het schrijven van materiaal tot een interactief proces. Of beter, een gesprek waar je doelgroep direct bij betrokken is. Redacteuren worden gespreksleiders en de filteraars. De manier waarop dit gebeurt op www.gristelijk.nl is een aardig voorbeeld. Redacteuren maken een selectie uit de actualiteit en gaan het gesprek aan met de bezoekers van de website.
Waarom laten we niet zien wat Piet, Truus en Achmed vinden van de programma’s? Dat lijkkt mij nu leuk om te weten. Ik weet wel dat het verenigingsbestuur, zendercoordinators en andere spelbrekers het lastig maken om alle registers maar open te trekken maar er moet toch meer interactie mogelijk zijn? De internetredactie kan hierin een aanjagersrol vervullen wanneer er meer interactie is met ‘het publiek’.
Er is een grote hoeveelheid websites met een grote variatie aan waardevolle content, echter als beginnend EO-website-bezoeker raak je al snel de weg kwijt in al dit moois. Waarom niet wat meer relaties en koppelingen maken tussen de verschillende onderdelen en pagina’s? Dit moet niet alleen op het diepste niveau gebeuren maar ook op de homepage bijvoorbeeld als ‘tooltip’, iedere dag een andere subsite voor het voetlicht of artikelen laten zien aan de hand van een zoekprofiel van een ingelogde bezoeker. Aan redacties de taak om artikelen en media van relevante steekwoorden te voorzien en na te denken over relaties tussen de verschillende websiteonderdelen.
Wat er aangeboden wordt moet actueel en relevant zijn met de mogelijkheid deel te nemen aan een gesprek over wat de EO aan het maken is. Daar komt het volgens mij op neer. This is 2010 men!
Maar ja, ik ben helaas niet de eindredactuer van EO Internet.
Lees verder..
Subscribe to:
Posts (Atom)