Afgelopen middag had ik samen met mijn collega Fadi een online meeting met Fiona in Montreal, Gwen ergens in de VS en Agden in Noorwegen. Het laatste drietal keek mee op het computerscherm van Fadi naar de uitleg van een website systeem dat we voor hun IT bedrijf willen gebruiken. Door middel van headsets of een telefoonlijn konden we met elkaar praten en af een toe kreeg ik een berichtje via Skype van Fiona met aanvullende instructies. Daar zaten we dus met mensen op 4 verschillende locaties in verschillende tijdzones; bij Fiona was het nog vroeg in de morgen terwijl het bij ons halverwege de middag was. Als dat geen outsourcing is.
Het bedrijf waar we mee in contact zijn, is gevestigd in Noorwegen maar heeft medewerkers verspreid over verchillende landen. Het is een IT bedrijf en sommige programmeeropdrachten worden uitbesteed aan freelancers in India terwijl sommige consultancyopdrachten in de VS worden uitgevoerd. Mijn link is Fiona, een vriendin uit Montreal. Zij en haar man hebben 6 jaar in India gewerkt met de organisatie waar wij ook door uitgezonden zijn. Zij werkte daar met een Zweedse IT firma die vanuit India werkt. Ze werkt nu in Montral als bedrijfsconsultant en zodoende raakte ze betrokken bij dit bedrijf die hun website graag willen vernieuwen. Vorige week stuurde ze me een berichtje via Skype en zodoende zaten we vanmiddag met elkaar te praten.
Het blijft me fascineren hoe dit allemaal werkt. Het voelt vreemd om een meeting te hebben met mensen die je wel hoort maar niet ziet. Ik ben net bezig in een boek van Thomas Friedmann, The World is Flat. Deze Amerikaanse journalist beschrijft hoe de ontwikkelingen in communicatie techniek zoals email, internet en snelle verbindingen de wereld ‘platter’ hebben gemaakt door mensen als het ware dichter bij elkaar te brengen, zowel in afstand en tijd alsook in verhoudingen. Iedereen met toegang tot deze media kan informatie zoeken, communiceren en publiceren zonder de grote drempels die hier 20 jaar geleden voor waren. Dit merk je vooral wanneer je in een ander land woont en je werk contacten over de grens met zich meebrengt. Zonder internet en email is dit bijna niet voor te stellen. Ik kan me nog goed herinneren hoe een telefoontje vanuit mijn studentenkamer in Leiden naar Equador werd afgestraft met een beste telefoonrekening. Nu praten we bijna dagelijks met familie in het buitenland zonder ons zorgen te maken over de kosten. En je kunt elkaar zelfs zien!
We raken er aan gewend maar nu ik er zo over nadenk is het toch wel verbazend. Terwijl ik dit zit te typen geeft Claudette een cursus op haar werk. Ze vertelde me dat er zo’n 10 mensen meedoen met de cursus en de deelnemers komen uit een bonte variate van landen: Egypte, Sudan, Ethiopie, Eritrea, Iraq en Australie terwijl Claudette uit Canada komt.
Zo’n mix van nationaliteiten brengt ook wel de nodige problemen en misverstanden met zich mee. Vaak denk je iemand te begrijpen maar blijken alleen de woorden overeen te komen maar de betekenis een heel andere te zijn. Gelukkig wordt het beter als je elkaar beter leert kennen. Soms moet er een probleem ontstaan voordat dit soort miscommunicatie duidelijk wordt. In mijn geval, ik verwacht meestal directe actie als ik iets aan een medewerker vraag. Voor een Egyptenaar is dit niet vanzelfsprekend. Ze zullen ‘Ja’ zeggen en vervolgens wachten op nadere instructies, terwijl ik dacht dat de opdracht duidelijk was en meteen uitgevoerd zou worden. Ik heb geleerd duidelijk te zijn over wanneer ik iets verwacht en de deur open te houden voor vragen wanneer iets niet duidelijk is. Maar tegenwoordig heb ik meer misverstanden met mijn Nederlandse collega’s dan met de mensen hier. Wanneer je alleen maar communiceert via email kan het zelfs tussen landgenoten behoorlijk verwarrend worden. Contact met mensen van vlees en bloed blijft wellicht toch de beste methode. Tot ziens!
03 February, 2009
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment